Nummer 28 / april 2014
Scheepsarcheologisch Nieuws
Nummer 28 / april 2014
Deel deze nieuwsbrief: Facebook Twitter
Inhoud
De komst van de oudste boot van Friesland naar het Fries Scheepvaart Museum te Sneek, liet even op zich wachten. Het conserveringsproces vroeg meer tijd dan gedacht werd. De expositie De oudste boot van Friesland startte wel op de geplande datum van 15 februari. 3 Maart jl. arriveerde het scheepje en kreeg het een plek in de tentoonstelling waar het een centrale plaats inneemt.




De oudste boot van Friesland is een middeleeuwse praam, die in 2005 bij graafwerkzaamheden van de Gasunie is gevonden bij Tirns. De boot is de afgelopen jaren bij de afdeling Scheepsarcheologie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Lelystad geconserveerd. Dat proces duurde extra lang omdat in De Meern (Utrecht) enkele romeinse schepen werden gevonden. Deze kregen voorrang bij het conserveren.
Tijdens het wachten op de conservering is de boot steeds nat gehouden op een spoelvloer, zodat het hout niet zou gaan rotten. In 2013 was het dan eindelijk zover dat de boot kon worden behandeld. Dat gebeurde in een vacuümtank, waarin het hout werd geïmpregneerd met polyethyleenglycol (PEG). Na een jaar is dat proces klaar.
De schrik was groot toen de planken van de boot uit de tank werden gehaald. Normaal zijn de planken na zo'n conserveringsproces heel stevig en kan er weer een reconstructie van een boot worden gemaakt. Dat bleek nu niet het geval. Tijdens het jarenlange spoelproces moet er toch ongedierte in het hout zijn gekomen, want de planken bleken erg aangetast en zeer broos. Dit maakte het noodzakelijk dat er een frame gebouwd werd, waar de tere planken in gelegd konden worden.
De geconserveerde praam uit Tirns werd 3 maart 2014 in een speciaal daarvoor gemaakt 8 meter lang frame, voorzichtig naar Sneek vervoerd.





Terug naar boven
beeld 1
Het scheepswrak dat zomer 2013 in het kader van de International Fieldschool for Maritime Archaeology Flevoland (IFMAF) bij Dronten is opgegraven, bevatte een opvallende hoeveelheid aardewerk. In het scheepsarcheologisch depot van de RCE in Lelystad houdt een stagiair zich momenteel bezig met de identificatie van de keramische voorwerpen uit dit laat 18e-eeuwse scheepswrak.



Wytze Stellingwerf, Masterstudent Historical Archaeology aan de Universiteit van Leiden, is een maand druk bezig geweest met het determineren van alle geborgen potscherven. Deze werden verspreid over het hele schip aangetroffen en waren dan ook in zeer veel vondstnummers verdeeld. Uiteindelijk zijn er vrij complete voorwerpen uit het puzzelwerk gekomen. Na dit noodzakelijke voorwerk, kan de identificatie plaats vinden. Er wordt een beschrijving gemaakt van alle voorwerpen; daarin zullen onder andere de bakselsoort, de herkomst, de functie en de kwaliteit van de objecten aan bod komen. Op deze manier zal iets gezegd kunnen worden over de sociale status van de scheepseigenaren. Waardevolle informatie die Wytze kan verwerken in zijn eindscriptie over de sociologische en politieke identiteit van Patriotten en Orangisten in de tweede helft van de 18e eeuw.




Terug naar boven
Dit jaar vieren we dat Nederland sinds 1614 diplomatieke banden heeft met Zweden. In het kader daarvan zal de replica van het beeld van de Hoekman, afkomstig van een vermoedelijk Nederlands fluitschip uit de Gouden Eeuw, getoond gaan worden in Stockholm later dit jaar.

Inleiding
In 2003 werd tijdens een zoektocht naar een in 1952 vermist verkenningsvliegtuig van de Zweedse luchtmacht, een buitengewoon goed bewaard gebleven scheepswrak ontdekt op de bodem van de Baltische zee. Het schip is nagenoeg compleet en staat rechtop op de zeebodem op een diepte van 130 meter. Het schip verkeert in een uitstekende conditie, zelfs voor de Baltische zee, waar scheepswrakken over het algemeen goed bewaard blijven in het brakke en koude zeewater. Twee van de drie masten van het schip, dat al spoedig de bijnaam Ghostship kreeg, staan nog overeind. De overige delen liggen nog in de directe omgeving verspreid.



Het Ghostship heeft de kenmerken van een Fluitschip, een in Nederland ontworpen handelsschip. Dit schip kon met weinig bemanning, dus tegen lage kosten, een grote hoeveelheid goederen vervoeren. De 17e eeuw is een dynamische periode in de Nederlandse geschiedenis. Een tijd waarin fluitschepen af en aan voeren naar de Oostzee en handel dreven in vooral bulkgoederen als ijzer, hout en graan met de vele landen rondom de Oostzee zoals Zweden, Noorwegen, Rusland, Estland en Polen. Dit maakt het schip dus niet alleen interessant voor Nederland, maar kan ook informatie geven over de omliggende landen, de handelsnetwerken en economie van die tijd. Het fluitschip was tot nu toe vooral bekend van schilderijen, uit teksten en van veel minder goed bewaard gebleven archeologische vondsten. In 2008 werd een internationaal onderzoeksteam opgericht met het doel meer te weten te komen over het type schip en zijn herkomst. Daartoe werd in 2009 een eerste onderzoeksexpeditie uitgevoerd. Het scheepswrak ligt te diep om door duikers te kunnen worden onderzocht. Daarom is gebruik gemaakt van een kleine onbemande onderzeeër en ROV’s (Remote Operating Vehicle), dit zijn op afstand bestuurbare robots met onderwatercamera’s. Tijdens deze expeditie zijn een gedetailleerde tekening en veel beeldopnamen van het scheepswrak gemaakt. Verder is met behulp van een ROV een losliggend stuk hout geborgen voor dendrochronologisch onderzoek. De resultaten van de expeditie in 2009 versterkten het idee dat het Ghostship een 17e eeuws fluitschip is. Toch besloot het onderzoeksteam in 2010 een volgende expeditie te organiseren met als doel het schip 3D op te meten en meer aanwijzingen over de herkomst te verzamelen.



De berging
Aan weerszijden van de achtersteven van het Ghostship stond oorspronkelijk een levensgroot houten beeld van een modieus geklede koopman. Deze zogenaamde hoekmannen zijn van het schip gevallen en liggen naast het wrak op de zeebodem. Door één van deze beelden te lichten kon ditmaal een groot stuk hout worden onderzocht en kon uitgebreid onderzoek worden gedaan naar bijvoorbeeld nog aanwezige verfresten, het beeldsnijwerk en iconografische aspecten. Ook zou een aanvullende datering kunnen worden gedaan. De hoekman zou na onderzoek worden geconserveerd en tentoon gesteld als een soort ‘boegbeeld’ van het Ghostshipproject. Met de Zweedse autoriteiten werd afgesproken dat de hoekman in bruikleen werd gegeven aan de afdeling Scheepsarcheologie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Lelystad. Het onderzoek en de conservering van de Hoekman worden dus in Lelystad uitgevoerd. De lichting is in mei 2010 uitgevoerd door een team van Marin Mätteknik AB (MMT) onder leiding van medewerkers van de Zweedse Maritieme Musea (SMM) en de afdeling Scheepsarcheologie (RCE-Lelystad). Van de bergingsoperatie zijn door Deep Sea Productions in opdracht van National Geographic uitgebreide filmopnamen gemaakt voor een documentaire. Om de hoekman veilig en met zo min mogelijk kans op beschadiging boven water te krijgen, werd van te voren door het onderzoeksteam een strategie uitgedacht. Allereerst werd met de kraan van het onderzoeksschip (de IceBeam) en met hulp van ROV’s en het GPS-systeem van het schip een aluminium kist naast de hoekman op de zeebodem geplaatst. Een ROV haakte vervolgens de kist los, waarna met de kraan op dezelfde wijze een met foam beklede grijper over de hoekman werd geplaatst. De grijper sloot zich dan rond de hoekman, en werd boven de kist gepositioneerd. Hierna kon de hoekman met grijper en al in de kist worden geplaatst. Het geheel werd vervolgens naar de oppervlakte gehesen, waarvan het laatste stuk onder begeleiding van duikers. De ROV’s zijn met camera’s uitgerust, zodat de actie vanuit de controlekamer van het onderzoeksschip kon worden begeleid. Het eerste deel van de operatie ging geheel volgens plan, totdat duidelijk werd dat de krat te klein was voor de hoekman. Aangezien de zee op dat moment zeer kalm was, werd besloten de hoekman in de grijper op te hijsen. Deze actie vond plaats met een snelheid van 10 meter per minuut. Net onder het wateroppervlak werd de grijper door duikers met touwen gezekerd, om te voorkomen dat de grijper zou openklappen als de hoekman uit het water werd getild.





Op het achterdek van de IceBeam is de hoekman kort geïnspecteerd. Vervolgens is het beeld natgemaakt, verpakt in lagen dun doorzichtig folie en in een dikke laag noppenfolie gewikkeld. Gelegen op een brancard is het vanaf de IceBeam op de snelle rubberboot de Mama Duck getild. Het beeld is vervolgens overgebracht naar een conserveringsafdeling van de Zweedse Maritieme Musea in Borgen Stockholm. Daar is de hoekman met brancard en al in een bak gevuld met kraanwater geplaatst in afwachting van het benodigde papierwerk voor de bruikleen aan Nederland. Het transport vond in oktober 2011 plaats.




Onderzoek
Na aankomst in Lelystad is de hoekman direct in een op maat gemaakte bak gevuld met leidingwater gelegd. De hoekman ligt op een brancard, gemaakt van betonplex en gegalvaniseerd steigerbuis. Op elke hoek van de brancard is een hijsband bevestigd, zodat de hoekman indien nodig met de kraan kan worden opgehesen voor onderzoek of voor een film of persoptreden. Onze hoekman stond oorspronkelijk aan bakboordzijde. Hij is 1.71 meter hoog, heeft een diameter van 45-50 cm en weegt tussen de 150 en 200 kilo. Het hoofd is en profil (gericht naar zijn linkerzijde) terwijl het lichaam recht vooruit staat. Zijn rechterarm rust waarschijnlijk op zijn borst maar was niet diep uitgesneden en de details zijn in de loop van de tijd weggesleten. Hetzelfde geldt voor het gezicht. Slechts de ogen en de aanzet van de neus zijn te herkennen. Zijn linkerarm rust tegen zijn lichaam, zijn hand is niet zichtbaar. Hij staat op een plateau in de vorm van een voluut met acanthusbladeren.
De achterplaat loopt boven zijn hoofd breder uit en vormt een soort baldakijn of ‘overkapping’ boven zijn hoofd. Hoe de hoekman precies aan de spiegel was bevestigd kon aan boord van de IceBeam niet worden vastgesteld. Waarschijnlijk was het beeld met ijzeren bouten vastgezet. Volgens kostuumdeskundige Bianca du Mortier van het Rijksmuseum in Amsterdam draagt de hoekman een rock: een knielange, nauwsluitende jas die middenvoor sluit door middel van een rij grote, ronde knopen en die voorzien is van laag geplaatste steekzakken met zakkleppen ook voorzien van knopen. Dit model ontwikkelt zich rond 1660 uit een militaire jas met een lange, enigszins uitstaande schoot. Verder draagt hij een poffende kniebroek, die over de kousen wordt gedragen. Om zijn hals is een langwerpige halsdoek geslagen die middenvoor onder de kin is gesloten en uitloopt in een korte, gerimpelde en uitwaaierende bef. Op zijn lange, modieuze, gekrulde haar staat een hoed met ronde bol en brede rand die aan de rechterkant omhoog staat. Hij draagt instapschoenen met een middelhoge hak, een ronde neus, en een gesloten voorblad met daarop een grote schoengesp. Op basis van verschillende details van zijn kleding dateert de kostuumspecialiste de hoekman in de periode tussen 1665 en 1775. Al tijdens de eerste inspectie van de hoekman aan boord van de IceBeam viel op dat op een aantal plaatsen op het beeld nog verfresten zichtbaar waren. Op diverse plaatsen op het beeld, zoals bij het befje onder de kin, zijn nog een oranjerode, een citroengele en soms een zwarte kleur duidelijk zichtbaar. Luuk Megens en Matthijs de Keijzer van de RCE Amsterdam hebben geprobeerd te achterhalen met welke pigmenten en bindmiddelen de hoekman werd beschilderd. Allereerst werden de nog aanwezige verfpartijen non-destructief met röntgenfluorescentie spectroscopie (XRFS) geanalyseerd. Hierna zijn verfmonsters genomen en verfdwarsdoorsneden gemaakt, die daarna onder een onderzoeksmicroscoop zijn bestudeerd. De elementsamenstelling van de pigmentkorrels in de afzonderlijke verflagen is vervolgens met energie-dispersieve Röntgenanalyse (SEM-EDX) bepaald. De oranjerode en citroengele verf werden geïdentificeerd door middel van Röntgendiffractie (XRD). De conclusie van de experts is dat de hoekman is voorzien van een oranjerode grondering die bestaat uit het ijzerhoudende pigment hematiet gemengd met weinig vermiljoen en orpiment. Deze grondering wordt vaak met een citroengele verflaag, bestaande uit gele oker bedekt. In de plooien ligt daarop een zwarte verflaag. Vastgesteld kan worden dat de geanalyseerde pigmenten tot het klassieke palet behoren en dat deze verfstoffen passen bij een 17e eeuwse datering. Opvallend is dat zelfs na 350 jaar in het zeewater te hebben gelegen, het bindmiddel van de verflagen werd achterhaald, namelijk lijnolie gemengd met een weinig colofonium. Hoewel al het onderzoek zo non destructief mogelijk is uitgevoerd was het onvermijdelijk om voor houtsoortbepaling een houtmonster van 5 x 10 millimeter uit de achterkant van het beeld te nemen. Uit analyse van het monster blijkt dat het beeld is gemaakt uit grove den (pinus silvetris). Om goede foto’s van het jaarringpatroon van de hoekman te kunnen maken heeft dendrochronoloog Marta Dominguez Delmas een smalle strook hout bovenop de hoed van de hoekman en op de decoratie aan de onderzijde van het beeld schoongemaakt. Vastgesteld is dat de boom waaruit de hoekman is gemaakt in Noordoost Duitsland groeide en is gekapt tussen 1669 en 1693 na Christus.

Conservering
Al bij de eerste korte inspectie aan boord van het onderzoeksschip werd vastgesteld dat het beeld een harde kern heeft en een zeer zacht laagje aan de buitenkant. Ondanks het twee jaar lange verblijf in een bak met kraanwater, zowel in Zweden als in Nederland, is geen verandering in de conditie vastgesteld. Uit jarenlange ervaring weten we dat de aanwezigheid van twee verschillende soorten hardheid in één object een lastige conserveringscombinatie is. In feite is de hoekman niet meer dan een bewerkt stuk boomstam. Alles draait om het kwetsbare zachte buitenste laagje dat hem tot een uniek beeld maakt. Het hart van de boomstam waaruit de hoekman is gemaakt zit exact in het midden van het beeld (midden op zijn hoed is de kern goed te zien) en ondanks dat de hoekman volledig is verzadigd met water kunnen er nu al kleine scheurtjes worden waargenomen. Deze scheuren zijn mogelijk al ontstaan tijdens het verblijf op het Ghostship en het is onvermijdelijk dat ze ook na conservering zichtbaar zullen zijn. Na een onderzoek naar verschillende conserveringsmogelijkheden is besloten tot een in Lelystad vaker toegepaste combinatiebehandeling van impregnatie met Polyethyleenglycol (PEG) en aansluitend gecontroleerd drogen in een ruimte met een hoge luchtvochtigheid.
Tot nu toe is altijd gekozen voor impregnatie met PEG 1500 en met goed resultaat. Bij een reguliere controle van een groot scheepswrak dat door de afdeling Scheepsarcheologie aan een museum in bruikleen is gegeven, werden diverse vochtige plekken op de scheepshuid geconstateerd. Dit scheepswrak is in het verleden besproeid met PEG 1500. Door een hoge luchtvochtigheid in de tentoonstellingsruimte en het uitvallen van de verwarming ging het water in het object op transport naar het oppervlak. Op de vochtplekken ontstonden vervolgens schimmels en hierdoor werd het hout aangetast. De hoekman zal als “boegbeeld” van het Ghostship project in de toekomst mogelijk op verschillende plaatsen worden tentoongesteld. Om het kwetsbare buitenste laagje van het beeld beter te kunnen beschermen tegen onverwachte temperatuurwisselingen is gekozen voor PEG 2000 in plaats van PEG 1500. Deze PEG soort is minder hygroscopisch, terwijl de stollingsgrens nagenoeg gelijk is. In november 2012 is gestart met het conserveringsproces. De conserveringsbak is gevuld met 50% water en een oplossing van 50% PEG 2000 en 50% water. Zodra het vloeistofniveau in de bak enige centimeters is gedaald, wordt het aangevuld met de 50% water en 50% PEG 2000 oplossing. Door het installeren van een verwarmingsinstallatie wordt de temperatuur in de bak constant op 29 graden Celsius gehouden. De verdamping van het water gaat iets sneller dan bij kamertemperatuur, maar toch verloopt het proces nog heel geleidelijk. Fase 1 van de conservering is eind maart 2014 gereed en dan zal een aanvang genomen worden met fase 2 van de conservering: het geconditioneerd drogen van het beeld dat zal lopen tot eind 2014.

De replica



Hoofdleermeester beeldsnijden Tiemen Pasterkamp van de Bataviawerf in Lelystad heeft in opdracht van de RCE een levensgrote replica van de hoekman gemaakt. Hij heeft de hoekman nauwkeurig opgemeten door een soort puncteermal te maken van de originele hoekman met behulp van een grote hoeveelheid latten. Met behulp van dit lattenframe en vele foto’s hebben hij en zijn leerlingen de replica gemaakt. Het streven was een zo nauwkeurig mogelijke kopie, maar de weggesleten delen zoals het gezicht zouden wel worden gereconstrueerd. Er is op de werf veel onderzoek gedaan naar 17e eeuws beeldsnijwerk voor het schip Batavia. Volgens Tiemen Pasterkamp past het beeldsnijwerk van de hoekman goed in de stijl van de 17e eeuw en ook de op de voluut gebruikte acanthusbladeren passen in het tijdsbeeld. De replica is door de werf verkocht aan het Zweedse bedrijf MMT, vinder van het Ghostship. Het replica beeld van de hoekman zal later dit jaar te zien zijn in één van de maritieme musea in Stockholm.

Conclusie
Uit bovenstaande onderzoeken kan worden geconcludeerd dat het Ghostship rond 1670 is gebouwd. De hoekman is waarschijnlijk al met de bouw op het schip geplaatst om het te verfraaien en de rijkdom van de eigenaar te tonen. De Hoekman is modieus gekleed in de stijl van een 17e eeuwse Nederlandse koopman, die wellicht zichzelf op deze wijze heeft geportretteerd. Niets spreekt een Nederlandse herkomst van het schip tegen, maar er kan nog niet met zekerheid worden vastgesteld dat het een Nederlands schip is. Ook andere landen gingen door het grote succes van het fluitschip dit soort schepen bouwen of kochten ze van Nederland. Het replica beeld van de hoekman zal later dit jaar te zien zijn in één van de maritieme musea in Stockholm. Dit zal een samenwerking zijn van RCE Lelystad met MMT (eigenaar van het replicabeeld en de vinders van het originele wrak), de Zweedse Maritieme Musea en onze Nederlandse ambassade in Stockholm. Met het beeld van de hoekman als ijkpunt kunnen we in dit Nederlands-Zweeds gedenkjaar op een bijzondere manier aandacht vragen voor de lange geschiedenis die deze twee landen vroeger en nog steeds met elkaar hebben.
Door Laura Koehler / Benno van Tilburg

Terug naar boven
beeld 3
Op Radio 5 is dagelijks van 22.00-23.00 uur het programma NTR Academie te beluisteren.
In het kader van een serie over de geschiedenis van Nederland wordt 11 weken lang per week een interview uitgezonden met een specialist op het gebied van scheepsarcheologie. Boeiende gesprekken, waarbij de volgende onderwerpen aan de orde komen:

  • Conservering en restauratie van boomstamkano’s (Laura Koehler, RCE)
  • Het Romeinse vrachtschip De Meern en de Zwammerdamschepen; dendrochronologisch onderzoek wijst uit dat het Utrechts landschap er anders uitzag dan tot nu toe aangenomen (Esther Jansma, RCE)
  • Resten van een Vikingschip (Arent Vos, RCE)
  • De replica van de Kamper kogge en de vondst van een tweede IJsselkogge (Wouter Waldus, ADC)
  • De ventjager, pronkstuk van het Nationaal Depot voor Scheepsarcheologie (André van Holk, IFMAF)
  • Het wrak van een 17e eeuws beurtschip met bijzondere inventaris (André van Holk, IFMAF)
  • Het ghostship, een griezelig goed bewaard Nederlands fluitschip op de bodem van de Oostzee (Benno van Tilburg, RCE)
  • De replica van het VOC schip de Batavia en beheer van scheepswrakken in den vreemde (Martijn Manders, RCE)
  • De replica van het VOC schip De Duyfken (Benno van Tilburg, RCE)
  • De Zeehond, een 19e eeuwse Groninger tjalk, als bruidsschat in bezit gekomen van de schipper. Het schip verging onverzekerd waardoor het gezin aan de bedelstaf raakte (Frank Dallmeijer, RCE)
  • De Lutina: in dit 19e eeuwse wrak werd een skelet gevonden. Pas in 2007 kon m.b.v. DNA technieken de identiteit worden vastgesteld (Benno van Tilburg, RCE)



Op het moment dat deze nieuwsbrief verschijnt, hebben zes uitzendingen reeds plaats gevonden. Ze zijn alsnog te beluisteren via:

http://programma.ntr.nl/10593/ntr-academie-radio

Data en onderwerpen van de volgende uitzendingen zijn te vinden op:

www.wetenschap24.nl/programmas/ntr-academie/Radioseries/Scheepswrakken.html



De prachtig geconserveerde en gerestaureerde ventjager, met inventaris


Terug naar boven
Colofon
Contactgegevens
Locatie Lelystad
Oostvaardersdijk 01-04
8244 PA Lelystad

Tel. 033 - 4217
info@cultureelerfgoed.nl www.cultureelerfgoed.nl
InfoDesk
Infodesk: voor alle vragen op het gebied van onroerend en roerend erfgoed.

T 033 - 42 17 456
E info@cultureelerfgoed.nl

Dit bericht kan informatie bevatten die niet voor u is bestemd. Indien u niet de geadresseerde bent of dit bericht abusievelijk aan u is toegezonden, wordt u verzocht dat aan de afzender te melden en het bericht te verwijderen.
De Staat aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die verband houdt met risico's verbonden aan het elektronisch verzenden van berichten.

This message may contain information that is not intended for you. If you are not the addressee or if this message was sent to you by mistake, you are requested to inform the sender and delete the message.
The State accepts no liability for damage of any kind resulting from the risks inherent in the electronic transmission of messages.

Ministerie van Justitie.